Ik heb vorige week te horen gekregen dat ik astma heb. Ik wist niet dat het kon, astma krijgen op latere leeftijd. Het komt niet zo heel veel voor, maar het komt voor. ‘Late onset astma’ wordt het genoemd.
Bij mij begon het met een venijnige luchtweginfectie waardoor ik voor het eerst liep te happen naar lucht. De infectie verdween. Het happen naar lucht bleef. Drie maanden en meerdere onderzoeken later weet ik dus nu de oorzaak. Geen longkanker of copd. Hoera, ik heb astma.
Ik heb de neiging om het met flauwe grapjes kleiner te maken dan het is. Ik heb dankzij mijn pufjes weer lucht. Tegelijkertijd merk ik dat ik, zelfs met de juiste medicijnen, nog altijd niet zoveel lucht en energie heb als drie maanden geleden. Eén trap op lopen en ik loop bovenaan te hijgen. Zet me in een kleine ruimte met dertig mensen en ik krijg het benauwd.
Op zich zou dat niet moeten. Maar astma is een complexe aandoening die voor iedereen weer anders is. Ik moet de komende tijd bij mijzelf uitvogelen hoe astma bij mij werkt. Wat zijn mijn triggers, wat gaat wel goed en wat gaat minder goed.
Dat vind ik lastig. Ik ben niet gemaakt voor een chronische aandoening als astma. Ik weet ook wel dat ik iedere dag ouder wordt, maar ik heb mijzelf altijd 35 gevoeld. Ik ben er door de kortademigheid van de afgelopen maanden opeens mee geconfronteerd dat ik geen 35 ben. Ik ben 58 en ik heb astma. Deal with it.
Ik wil probleemloos de trap kunnen oplopen en ik ben wel klaar met uithijgen en op onverwachte momenten op adem moeten komen. En het kan best zijn dat ik mijn klachten beter onder controle krijg, maar ik heb inmiddels ook het besef dat de astma niet verdwijnt. Vanaf nu hoort dit bij mij.
Dat is effe wennen, maar no worries: jullie gaan nog van mij horen. Waarschijnlijk hijgend en piepend.